+31 (0) 6 510 596 44 redactie@dijkruis.nl
 

de Rollen

Door: Dick Streuper

Boerderij Noorddijk 32 is een kop-hals-rompboerderij aan de rand van de wijk Lewenborg. De oudste onderdelen van de woning komen uit de zestiende eeuw. De boerderij ligt iets verhoogd en wordt volledig omringd door een gracht. Op het heem staan monumentale bomen. Van de linde voor het voorhuis wordt het plantjaar geschat op 1684 en het is daarmee de oudste boom in de gemeente Groningen. Thans is het geen agrarisch bedrijf meer, maar  ‘Nails & Feet Pedicuresalon’ van de familie Scholtens. De familie is geen onbekende in Noorddijk. Boerderij Noorddijk 32 is een kop-hals-rompboerderij aan de rand van de wijk Lewenborg. De oudste onderdelen van de woning komen uit de zestiende eeuw. De boerderij ligt iets verhoogd en wordt volledig omringd door een gracht. Op het heem staan monumentale bomen. Van de linde voor het voorhuis wordt het plantjaar geschat op 1684 en het is daarmee de oudste boom in de gemeente Groningen. Thans is het geen agrarisch bedrijf meer, maar pedicuresalon ‘Nails & Feet Pedicuresalon’ van de familie Scholtens. De familie is geen onbekende in Noorddijk.Henk Scholtens was tot 1953 onderwijzer op de openbare lagere school en zijn vrouw Sientje Bruininga was in 1941 leerling op de school te Ruischerbrug.

De boerderij is nu een monument. In het verleden mislukten twee pogingen om de boerderij aan te wijzen als monument in het kader van de Monumentenwet, omdat beide keren met succes bezwaar werd aangetekend. In 1970 tekende de gemeente bezwaar aan vanwege de toen actuele plannen met het gebied. Ofwel: bij mogelijke stadsuitbreiding richting Garmerwolde was een monument lastig. In 1994 tekende de eigenaresse, mevrouw K.G. Bruininga, bezwaar aan vanwege een onjuistheid in de procedure. Maar de boerderij uit de 17e eeuw bleef natuurlijk een uniek project. Bij de restauratie bleek de voorgevel 70 cm uit het lood te staan. Een aannemer uit Duitsland heeft de voorgevel weer in model gedrukt. Iedere morgen draaiden de bouwvakkers de stempels en trekstangen millimeter voor millimeter aan. Toen alles weer op zijn plaats stond, kon de restauratie beginnen.

De landen onder de boerderij waren lange tijd eigendom van de familie Wichers. In het schatregister van 1721 stonden de rentmeester van de stad Groningen Johan Wichers uit Groningen (1681-1729) en zijn vrouw Elizabeth Sophia Trip uit Warffum (1687-1753) als eigenaren van 35 en 108 grazen land genoteerd. Dit was het hele zuidelijk deel van de Kerkstreek. De rentmeester Wichers gebruikte zelf 108 grazen en verhuurde de 35 grazen aan Jan Popkes. De 108 grazen behoorden bij de Nederlandse Hervormde Kerk, Noorddijk 15. De erven van raadsheer Wichers verkregen rond 1753 het eigendom van het gebied ten oosten van het Kardingermaar, ten zuiden de Trekweg en ten westen de Noorddijkerweg te Ruischerbrug. In 1755 stond het eigendom van 87 grazen land op naam van de zoon Louis Wichers uit Groningen (1710-1776), die in 1736 was getrouwd met Elizabeth Helena Gruijs, ook uit Groningen (1713-1795). In 1777 verkochten de weduwe van raadsheer Wichers en haar twee dochters en schoonzoons, die inmiddels mede-eigenaren waren geworden, de behuizing met ‘negen stukken land daaraan gelegen’ aan de giltregtsheer Nicolaus Emmen uit Groningen (1725-1780?) en zijn vrouw Catharina Wildervank uit Veendam (1730-1798), gehuwd in 1754. Ze verkochten de boerderij in een publieke verkoop voor een bedrag van 8.126 gulden dat in termijnen betaald werd. De aflossing werd vervolgens zo geregeld dat de weduwe en erfgenamen van Wichers jaarlijks en bedrag van 100 gulden zouden ontvangen, nadat de heer Emmen 4.126 gulden in één keer had betaald. De familie Wichers garandeerde zichzelf hierdoor van een vaste inkomstenbron voor veertig jaar. De boerenplaats zou tot aan de betaling van de laatste penning in eigendom blijven van de verkoper. Emmen en Wildervank bleven in de Kijk in ’t Jatstraat wonen, maar vertoefden mogelijk in de zomermaanden op de buitenplaats.

This site is protected by wp-copyrightpro.com